De kenmerken van een goede belegging zijn simpel te begrijpen, maar niet eenvoudig toe te passen.
Naar ons begrip steunt die goede toepassing op 4 pijlers:
1. Begrip van financiële theorie
Iedereen knikt instemmend wanneer we uitleggen dat je je beleggingen moet diversifiëren en dat je de liquiditeit van je belegging voldoende kritisch moet evalueren.
Dat je beter belegt in winstgevende bedrijven dan verlieslatende – dat het bedrijf waarin je belegt best niet te veel schulden draagt. Dat de omzet structureel stijgende moet zijn en de winstmarge hoog en stabiel. Dat het concurrentiële landschap breed en onverbiddelijk is. Dat je goed moet begrijpen waarin je belegt en dat dat inzicht niet blijvend is. „Panta rhei“, alles wijzigt. Dat er nog geen enkel boek geschreven is dat een sluitende succesformule bevat.
2. Geschiedenis van beleggen
Aandelen leveren gemiddeld een hoger rendement dan obligaties; obligaties leveren gemiddeld een hoger rendement dan een spaarboekje. En een spaarboekje levert in reële termen – dus na inflatie- zo goed als niets op.
Alleen gelden deze statistieken slechts op lange termijn. In bijzondere periodes dat de aandelen- en obligatiemarkten samen dalen, zoals bv. in 2022, is een spaarboekje de betere belegging. Toen steeg de inflatie immers van 0% tot 10% en leed al de rest verlies, incl. beursgenoteerd vastgoed.
Op de lange termijn liggen de kaarten in het voordeel van aandelenbeleggingen. Alleen verlopen die rendementen heel volatiel. Gemiddeld leverde een aandelenbelegging in de S&P500 sinds 1926 voor kosten en taksen zo’n 9.6% bruto op. Maar daar zijn verschillende uitschieters van +40% en ook -40% bij.
Verder lezen? Download het volledige artikel hieronder.
Kies uw risicoprofiel en blijf erbij. En het meest natuurlijke risicoprofiel is neutraal, nl. 60/40 aandelen/obligaties.